Sayings of the Sahaba’s

The World in Three Days

It is reported from Al-Hasan Al-Basrî – Allâh have mercy on him – that he said:
The life of this world is made up of three days: yesterday has gone with all that was done; tomorrow, you may never reach; but today is for you so do what you should do today.
Al-Bayhaqî, Al-Zuhd Al-Kabîr p197.



A Fly or a Mountain

‘Abdullah b. Mas’ûd – Allah be pleased with him – said: The believer sees his sins as if he is sitting at the foot of a mountain fearing that it might fall on him, while the sinner (fâjir) sees his sins as a fly that lands on his nose, he just waves it away.

Al-Bukhârî,



I sit with the Salaf

It is reported from Nu’aym b. Hammâd:
‘Abdullah b. Al-Mubârak used to often stay at home, so he was asked, “Don’t you get lonely?” He replied, “How could I get lonely when I am with the Prophet (s) (i.e. I read his hadîth)?”
—–
Also on the authority of Nu’aym b. Hammâd:
It was once said to ‘Abdullah b. Al-Mubârak, “O Abû ‘Abd Al-Rahmân, you often sit alone at home.” He said, “I am alone? I am with the Prophet – Allâh’s peace and blessings be upon him – and his Companions.” Meaning: reading hadîth.
Ibn ‘Asâkir, Târîkh Dimishq Vol. 32 p458.
—–
Shaqîq b. Ibrâhîm reports:
It was once said to ‘Abdullah b. Al-Mubârak, “After you have prayed with us you don’t sit with us?” He replied, “I go and sit with the Sahâbah and the Tâbi’în.” We said, “And how can you sit with the Sahâbah and Tâbi’în (when they have all passed away)?” He replied, “I go and read the knowledge I have collected, I find their narrations and deeds. What would I do with you? You sit around backbiting people.”



The Faces of Nifâq

It is reported from Al-Hasan Al-Basrî – Allâh have mercy on him – that he said:
It used to be said: it is part of al-nifâq (hypocrisy) to be inwardly different from what you are on the outside, to say one thing and do another and to be different in how you enter and how you leave. And the root of al-nifâq is lying.
Abû Bakr Al-Kharâ`itî, Masâwî Al-Akhlâq wa Madhmûmihâ p62.



A Realistic Faith

Al-Hasan Al-Basrî – Allah have mercy on him – said:
Faith (îmân) is not by embellishment or wishful thinking, but it is what settles in the heart and is verified through your works. Whoever says good but does not do good will have his words compared to his deeds by Allah. Whoever says good and does good will have his words raised by his deeds. This is because Allah ‘azza wa jalla said:
To Him ascends the good word, and the righteous deed raises it. [Sûrah Al-Fâtir: 10]


Secret Tears
Muhammad b. Wâsi’ said: I have lived amongst men who were such that one of them would lie with his wife on the same pillow and his side of the pillow would be soaked with his tears under his cheek without his wife even noticing.

Ibn Abî Al-Dunyâ, Al-Ikhlâs wa Al-Nîyah (Sincerity and Intentions) p34.

40 Hadith Nawawi

1. De daden worden beoordeeld op basis van de intentie

De leider van de gelovigen, Aboe Hafsa ‘Omar ibn al-Khattaab overlevert:

“Ik hoorde de Boodschapper van Allah  zeggen:

,,Voorwaar! De daden worden beoordeeld  op basis van de intentie en ieder

mens zal alleen dat krijgen wat met zijn intentie samenhangt. Dus als iemand emigreert omwille van Allah en Zijn Boodschapper , dan is

dat een (ware) emigratie omwille van Allah en Zijn Boodschapper .

En als iemand emigreert omwille van een wereldse zaak of om een vrouw te

trouwen, dan is zijn emigratie voor datgene waarvoor hij emigreert.”                                                             

(al-Boechari en Moeslim)

 

2. De categorieën van het geloof

Omar verhaalt:

“Toen wij op een dag bij de Boodschapper van Allah  zaten,

verscheen er een man voor ons met melkwitte kleding, en gitzwarte haren.

Er was  aan hem geen teken van het reizen af te zien en niemand van ons

kende hem. Hij ging voor de Profeet zitten, plaatste zijn knieën tegen de knieën van de Profeet, legde z’n handen op zijn dijen en zei:

,,O Mohammed, bericht mij over (de betekenis van) de Islam.”

De Profeet antwoordde: ,,De Islam houdt in dat je getuigt dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed de Boodschapper is van Allah, dat je het gebed onderhoudt, de Zakaat  uitgeeft en dat je Ramadan vast en de Hadj  naar het Huis verricht, indien je daartoe in staat bent. Waarop hij zei:

 ,,Je hebt juist gesproken.” Wij waren verbaasd dat hij hem (eerst iets) vroeg en (daarna zijn antwoord) goedkeurde. Daarna zei hij:

,,Bericht mij over Imaan.” Hij  antwoordde: ,,Dat je gelooft in Allah, Zijn Engelen, Zijn Boeken, Zijn Boodschappers, de Laatste Dag en dat je gelooft in de voorbeschikking,zowel het goede ervan als het slechte.” Hij zei: “Je hebt juist gesproken.” Hij zei (vervolgens): ,,Bericht mij over  Ihsaan.”

Hij  antwoordde: ,,Dat je Allah aanbidt alsof je Hem ziet en als je Hem niet ziet, besef dat Hij jou wel ziet.’ Hij (de man) zei: ,,Bericht mij over het Uur.’ De Profeet   antwoordde: ,,Daarover heeft de ondervraagde niet meerkennis dan de vrager.” Toen zei hij: ,,Vertel mij (dan) over haar tekenen.” Hij  antwoordde: ,,Dat de slavin haar meester zal baren en dat je ziet dat blote voeten lopende, naakte en behoeftige schapenherders met elkaar wedijveren in het bouwen van hoge gebouwen.”

Hierna ging hij (de man) weg en ik (‘Omar) bleef enige tijd zitten.

Toen zei hij (de Profeet ): ,,O ‘Omar, weet jij wie die vragensteller was?”

Ik antwoordde: ,,Allah en Zijn Boodschapper weten het het beste.”

Hij zei: ,,Dat was Djibriel, hij kwam om jullie (over) jullie geloof te leren.”                 

 

3. De zuilen van de Islam

Aboe ‘Abd ar-Rahman ‘Abd Allah bnoe

‘Omar bnoe al-Khattaab overlevert:

“Ik hoorde de Boodschapper van Allahzeggen:

,,De Islam is op vijf (zuilen) gebouwd: Het getuigen dat er geen god is dan

Allah en dat Mohammed de Boodschapper is van Allah, het verrichten van de Salaah (gebed), het betalen van de zakaat (armenbelasting), het verrichten van de Hadj naar het  Huis (in Mekka) en de Sawm (vasten) in de Ramadan.”                                                                                                                           (al-Boechari en Moeslim)

 

4. Al-Qadar (de Voorbeschikking)

Aboe ‘Abd ar-Rahmaan ‘Abd Allah ibnoe Mas’oed overlevert:

“De Boodschapper van Allah -en hij is de Waarheidsgetrouwe, degene die

geloofd wordt- heeft ons verteld:

,,Waarlijk, de schepping van eenieder van jullie vindt plaats in de buik van de moeder, dit gedurende veertig dagen in de vorm van een Noetfah (levenskiem). Vervolgens is het even lang een ‘Alaqah (klonter; voor een periode van veertig dagen). Vervolgens is het even lang een Moedghah (een gekauwde vleesklomp).

Dan wordt er een engel naar hem gestuurd die hem de levensadem inblaast en die belast is met een opdracht ten aanzien van vier zaken; het opschrijven van:

Zijn Rizq (levensonderhoud), zijn levenstijd, zijn daden, en of hij gelukkig of ongelukkig zal worden.

Bij Allah, buiten Wie er geen god is, één van jullie zal werkelijk (het soort)

daden verrichten van de mensen van het Paradijs, totdat er tussen hem en

deze (een afstand van) een armslengte is en dan overkomt hem datgene wat

voor hem beschikt is en hij zal (de soort) daden verrichten van de mensen

van de Hel en daar zal hij vervolgens terechtkomen.

En één van jullie zal (het soort) daden verrichten van de mensen van de Hel,

totdat er tussen hem en deze nog maar (een afstand van) een armslengte is en dan overkomt hem datgene wat voor hem beschikt is, en hij zal (de soort)

daden verrichten van de mensen van het Paradijs en daar zal hij

vervolgens terechtkomen.”                                                                                           

(al-Boechari en Moeslim)

 

 

 

5. Het verbod op religieuze innovaties (bidcah)

De Moeder der gelovigen, Oem ‘Abdullah ‘Aa’ieshah overlevert

dat de Boodschapper van Allah  zei:

“Wie iets toevoegt aan deze zaak van ons wat niet hiertoe behoort,

het zal verworpen worden.”                                                                                   

(al-Boechari en Moeslim)

 

6. Al-Halaal is duidelijk en al-Haraam is duidelijk

Aboe ‘Abd Allah an-Noe’maan ibnoe Bashir overlevert:

“Ik hoorde de Boodschapper van Allah  zeggen:

,,Waarlijk, al-Halaal  is duidelijk en waarlijk, al-Haraam is duidelijk;

daartussen bestaan twijfelachtige zaken die voor vele mensen niet duidelijk zijn.

 Degene die zich verre houdt van twijfelachtige zaken, heeft zich daarmee weten te zuiveren voor wat zijn religie en zijn eer betreft.

Degene die echter in aanraking komt met twijfelachtige zaken,

valt in al-Haraam,  net als de herder die zijn kudde in de buurt van andermans weide laat grazen, waardoor hij grote kans loopt dat ze daarin gaan grazen.

Is het niet zo dat elke koning zijn eigen grens heeft en dat de grenzen van Allah Zijn verboden zaken zijn? En waarlijk, in het lichaam bevindt zich een Moedghah (vleesklonter), als deze goed is, dan is het hele lichaam goed en als deze verdorven is, dan is het hele lichaam verdorven en dit nu is het hart.”                    

(al-Boechari en Moeslim

 

7. Godsdienst is oprechtheid

Aboe Roeqayyatah Tamiem ibnoe Aws ad-Daari overlevert dat de

Profeet  zei:

“Godsdienst is oprechtheid.” “Ten opzichte van wie?”, vroegen wij.

Hij  zei: “Ten opzichte van Allah, Zijn Boek, Zijn Boodschapper,

de leiders van de moslims en hun moslimonderdanen.”                                                                                   

(al-Boechari en Moeslim)

 

 

 

8. De onschendbaarheid van de moslim

Ibn ‘Omar overlevert dat de Boodschapper van Allah  heeft gezegd:

“Ik kreeg de opdracht om de mensen te bestrijden totdat zij getuigen dat er

geen god is dan Allah en dat Mohammed de Boodschapper van Allah is,

en het gebed verrichten en de Zakaat betalen.

Als zij dat doen, zullen ze beschermd worden door mij voor wat betreft

hun leven en hun bezittingen. Dit (behalve wanneer ze daden verrichten

die strafbaar zijn) volgens de Islam.

En hun berechting berust bij Allah, de Almachtige.”    

(al-Boechari en Moeslim)

 

9. Jezelf niet boven je vermogen belasten

Aboe Hoerayrah ‘Abd ar-Rahmaan ibnoe Sakhr overlevert:

“Ik heb de Profeet  horen zeggen:

,,Datgene wat ik jullie verboden heb, vermijdt het.

En datgene wat ik jullie heb opgedragen, komt het na, voorzover jullie daartoe in staat zijn. Degenen (die) vóór jullie (waren) zijn te gronde gegaan door hun vele vragen en meningsverschillen met hun profeten.”                                                                            

(al-Boechari en Moeslim)

 

 

10. Het eten van datgene wat halaal is

Aboe Hoerayrah overlevert dat de Profeet  heeft gezegd:

“Allah, de Almachtige is rein en accepteert alleen datgene wat rein is.

En Allah heeft de gelovigen datgene opgedragen wat Hij de boodschappers

heeft opgedragen. Hij, de Verhevene heeft gezegd (interpretatie van de betekenis):

“O boodschappers, eet van de goedheden (wat betreft voedsel) en verricht

 goede daden.” (Soerat al-Moe’minoem: 51)

 

En Allah, de Verhevene heeft gezegd (interpretatie van de betekenis):

“O jullie die geloven, eet van de goedheden (wat betreft voedsel) waarvan

 Wij jullie hebben voorzien.” (Soerat al-Baqarah: 172)

Daarna vertelde hij  over een man, die een lange reis had gemaakt en met

verwarde haren en onder het stof, zijn handen ter hemel strekte, en zei:

“O Heer! O Heer!” Dit terwijl zijn eten haraam is, en zijn drinken haraam is

en zijn kleding haraam is en hij van haraam wordt gevoed.

Hoe kan hij dan ooit verhoord worden!”                                   

(Moeslim)

11. Het laten van twijfelachtige zaken

Aboe Mohammed al-Hassan bin ‘Ali ibn Abi Talib de kleinzoon en de

oogappel van de Profeet  zei:

“Ik heb van de Boodschapper van Allah  het volgende onthouden;

‘’verlaat datgene waar je over twijfelt voor datgene waar je niet over twijfelt.”                                                                                                                                                      (Tirmidhi)

 

12. Het laten van datgene wat je niets aangaat

Aboe Hoerayrah overlevert:

“De Profeet  zei:

,,Wat blijk geeft van iemands goede Islam, is dat hij datgene laat

wat hem niet aangaat.”                                                    

(Tirmidhi)

 

13. Broederschap in de Islam

Aboe Hamzah Anas bnoe Maalik, de bediende van de

Boodschapper van Allah  overlevert dat de Profeet  zei:

“Niemand van jullie gelooft (waarlijk) totdat hij voor zijn broeder wenst wat

hij voor zichzelf wenst.”                              

(al-Boechari en Moeslim)

 

14. Het verbod op bloedvergieten

Ibn Mas’oed, (ra) overlevert dat de Boodschapper van Allah  heeft gezegd:

“Het is niet toegestaan om het bloed van een moslim te vergieten,

behalve in één van de volgende drie gevallen:

De gehuwde die overspel pleegt. Een leven voor een leven (in geval van vergelding inzake doodslag of moord), en de afvallige die zijn geloof en de gemeenschap verlaat.”                

(al-Boechari en Moeslim)

 

15. De nobele gedragscode

Aboe Hoerayrah verhaalt dat de Boodschapper van Allah  heeft gezegd:

“Wie in Allah en de Laatste Dag gelooft, moet het goede zeggen of zwijgen.

En wie in Allah en de Laatste Dag gelooft, moet zijn buurman op een goede

wijze behandelen. En wie in Allah en de Laatste Dag gelooft,

moet zijn gast op een goede wijze behandelen.”(al-Boechari en Moeslim)

16. Het verbod op boos worden

Aboe Hoerayrah overlevert dat een man tegen de Profeet  zei:

“Geef mij raad!” Hij  antwoordde: “Wordt niet boos.”

En hij herhaalde meerdere malen, (zeggende): “Wordt niet boos.”                                                                                    

(al-Boechari)

 

17. Het op een beste wijze slachten

Aboe Ja’lah Shaddaad ibnoe Aws overlevert dat de

Boodschapper van Allah  zei:

“Waarlijk, Allah heeft wat betreft alles Ihsaan voorgeschreven.

Als jullie doden, doodt dan op de beste wijze en als jullie slachten,

slacht dan op de beste wijze en laat eenieder van jullie zijn mes (goed)

slijpen en het te slachten dier gerust stellen.”                                     

(Moeslim)

 

18. Het vrezen van Allah

Aboe Dharr Djoendoeb ibnoe Djoenaadah en Aboe ‘Abd ar-Rahman

Moe’aadh ibnoe Djabal overleveren dat de Boodschapper van Allah  zei:

“Vrees Allah waar je ook bent en laat een goede daad een slechte daad

opvolgen zodat deze haar (de slechte daad) uitwist en ga met de mensen

om op een goede wijze.”                                                                                  

(at-Tirmidhi)

 

19. Waakt over de voorschriften van Allah

Aboel-‘Abbas ‘Abd Allah ibnoe ‘Abbas overlevert :

“Op een dag zat ik achterop bij de Profeet  waarop hij tegen mij zei:

,,O jongeman, ik zal je een aantal woorden leren.

Waak over (de voorschriften van) Allah en Hij zal over jou waken.

Waak over (de voorschriften van) Allah en je zult Hem voor jou treffen.

Als je vraagt, vraag dan aan Allah en als je hulp zoekt, zoek deze dan bij Allah.

En weet dat als de (gehele) gemeenschap zich verzamelt om jou van enig

voordeel te voorzien, zij daarin niet zullen slagen, behalve als Allah dit voor

jou reeds heeft voorgeschreven. En als zij zich verzamelt om jou met iets te

benadelen, zij zullen daarin niet slagen, behalve als Allah dit voor jou reeds

heeft voorgeschreven.

De pennen zijn reeds opgeheven en de Geschriften zijn reeds opgedroogd.”                                                                                                      

(at-Tirmidhi)

20. Eerdere profeten riepen op tot schaamte

Aboe Mascoed ‘Oqbah ibnoe ‘Amr al-Ansaari al-Badriy overlevert:

“De Boodschapper van Allah  zei:

,,Waarlijk, datgene wat de mensen zich onder andere herinnerden van de

uitspraken van vroegere profeetschappen is;

Als je geen schaamte kent, doe dan wat je wilt.”                                                                                                                                       (al-Boechari)

 

21. Allesomvattend advies

Aboe ‘Amrah Soefyaan bin ‘Abdullah overlevert dat hij het volgende zei:

“O Boodschapper van Allah! Doe mij een uitspraak over de Islam,

waarna ik niemand daarover hoef te vragen.”

Hij antwoordde: “Zeg: ,,Ik geloof in Allah en houdt je hieraan vervolgens vast.”               

(Moeslim)

 

22. Hoe kunnen wij het Paradijs binnentreden?

Aboe ‘Abd Allah Jaabir ibnoe ‘Abd Allah al-Ansaari overlevert dat een man

de Profeet  vroeg:

“Denkt u, dat wanneer ik de voorgeschreven gebeden verricht, de Ramadan vast, mijzelf de Halaal (zaken) toesta en de Haraam (zaken) ontzeg en verder niets meer doe, ik dan het Paradijs binnentreed?” Hij zei: “Ja.”                                              

(Moeslim)

 

23. De meerdere wegen die leiden tot het goede

Abi Maalik al-Haarith ibni ‘Aasim al-Ash’arie overlevert dat

de Profeet  heeft gezegd:

“Reinheid is de helft van de Imaan (het geloof).

(Het zeggen van) Alhamdoelillahmaakt de weegschaal vol,

en (het zeggen van) Soebhaan Allah wal Hamdoelillah vullen de ruimte tussen de hemel en aarde. Het gebed is licht, liefdadigheid is een bewijs.

Geduld is een lichtgloed en de Koran is een getuige vóór jou of tegen jou.

Iedereen vertrekt (’s ochtends voor het verrichten van werkzaamheden),

enkelen verkopen zichzelf, anderen bevrijden zichzelf en anderen

richten zichzelf te gronde.”                                                                                                                                                     (Moeslim)

 

24. Het verbod op het plegen van onrecht

ِAboe Dharr al-Ghifaari overlevert dat de Profeet  over zijn Heer,

de Verhevene, verhaalt dat Hij heeft gezegd:

“O Mijn dienaren, Ik heb voor Mijzelf onrecht verboden en heb dat onder jullie ook verboden gemaakt. Doe elkaar dan ook geen onrecht aan.

O Mijn dienaren, jullie zijn allen dwalenden, behalve degene die Ik geleid heb; vraagt Mij daarom om geleid te worden en Ik zal jullie leiden.

O Mijn dienaren, jullie lijden allen honger, behalve degene die Ik gevoed heb; vraagt Mij daarom om gevoed te worden en Ik zal jullie voeden.

O Mijn dienaren, jullie zijn allen naakt, behalve degene die Ik gekleed heb;

vraagt Mij daarom om gekleed te worden en Ik zal jullie kleden.

O Mijn dienaren, waarlijk, jullie begaan dag en nacht zonden en Ik vergeef

alle zonden; vraagt Mij daarom om vergiffenis en Ik zal jullie vergeven.

O Mijn dienaren, jullie zijn niet in staat om Mij enig nadeel toe te brengen en jullie kunnen Mij dus geen nadeel berokkenen. En jullie zijn niet in staat Mij van nut te zijn en jullie kunnen dus ook niet nuttig voor Mij zijn.

O Mijn dienaren, al zouden jullie eerste tot jullie laatste, en (alle) mensen en

djinns net zo godvrezend zijn als de meest godvrezende persoon onder jullie, dan zou dat niets aan Mijn Heerschappij toevoegen.

O Mijn dienaren, al zouden jullie eerste tot jullie laatste, en (alle) mensen en djinns net zo verdorven zijn als de meest verdorven man onder jullie, dan zou dat niets aan Mijn Heerschappij verminderen.

O Mijn dienaren, al zouden jullie eerste tot jullie laatste, en (alle) mensen en djinns, allemaal op één vlakte staan en Mij vragen, en Ik zou iedereen al wat hij verlangde geven, dan zou dat niet meer verminderen van wat Ik heb (aan bezit), dan dat wat een naald onttrekt, wanneer deze in de zee wordt gedoopt.

O Mijn dienaren, het zijn uitsluitend jullie daden (waarop jullie afgerekend zullen worden) die Ik voor jullie optel en daarnaar zullen jullie beloond worden. Wie het goede treft

(in het Hiernamaals), moet Allah prijzen (Alhamdoelillah zeggen).

En wie iets anders dan dat treft, mag niemand anders verwijten, behalve zichzelf.”                                                                 

(Moeslim)

 

 

 

 

 

25. De mensen die met de beloning vandoor zijn gegaan

Ook volgens Aboe Dzarr:

‘Enige van de metgezellen van de Boodschapper van Allah  zeiden tegen

de Profeet   :

‘O, Boodschapper van Allah! De vermogenden strijken altijd de grootste

beloning op: zij bidden zoals wij bidden, zij vasten zoals wij vasten en zij

bedrijven liefdadigheid uit hun overtollige bezit’.

Hij  zei: ‘Heeft Allah jullie geen dingen gegeven om liefdadigheid mee te

bedrijven?Waarlijk, elke tasbiha ( reciteren van subhanAllah ) is liefdadigheid, elke takbira (Allahu Akbar) is liefdadigheid, elke tahmida (Alhamdoelilah) is liefdadigheid, elke tahlila (laa ilaha illall)ah is liefdadigheid; het aansporen tot goede daden is liefdadigheid, het weerhouden van slechte daden is liefdadigheid en de geslachtsdaad van een ieder van jullie is liefdadigheid’.

 

Zij zeiden: ‘O , Boodschapper van Allah! Als iemand zijn sexuele begeerte

bevredigt, zal hij daarvoor een beloning krijgen?’

Hij  zei: ‘Geloven jullie niet dat als je het niet op een buitenechtelijke wijze zou doen, dat je daarmee straf verdient?

En daarom krijg je er beloning voor als je het op de toegestane wijze doet’.’

(Overgeleverd door Moeslim.)

 

26. Het dankbaar zijn voor Allah’s gunsten

Aboe Hoerayrah overlevert dat de Profeet  heeft gezegd:

“Elke ledemaat van de mens moet elke dag dat de zon opkomt liefdadigheid

verrichten:

het brengen van rechtvaardigheid tussen twee mensen is liefdadigheid. En een man helpen met zijn rijdier, hem erop helpen of voor hem zijn bagage erop laden is liefdadigheid. En een goed woord is liefdadigheid. En elke stap die je neemt (naar de moskee) om het gebed te verrichten is liefdadigheid. En iets schadelijks van de weg verwijderen is liefdadigheid.”                                                                                                                                  (al-Boechari en Moeslim)

 

 

 

 

 

27.Goedheid is het goede gedrag

An-Nawwaas ibnoe Sam’aan overlevert dat de Profeet  heeft gezegd:

“Goedheid is het goede gedrag en de zonde is datgene wat onrust in jezelf

opwekt en waar jij niet van houdt dat anderen ervan op de hoogte komen.”                                                            (Moeslim)

 

28. De verplichting aan het vasthouden van de sunnah

‘Aboe Nadjih al-Irbad ibn Sariya  heeft gezegd:

‘De Boodschapper van Allah  preekte eens op een zodanige manier,

dat onze harten van vrees trilden en de tranen ons in de ogen sprongen.

Wij zeiden: ‘O Boodschapper van Allah!

Dit lijkt veel op een afscheidstoespraak. Geef ons daarom raad’.

Hij  zei : ‘Ik geef jullie het advies om vrees(taqwa) voor Allah, de Almachtige, de Verhevene, te koesteren. Gehoorzaam en luister naar jullie leider, zelfs wanneer een slaaf jullie leider wordt. Waarlijk, diegene van jullie die lang zal leven, zal veel meningsverschillen zien. Je moet je dus aan mijn sunnah  houden en aan de soenna van de rechtgeleide kaliefen  ;

klamp je daar stevig aan vast  . Pas op voor nieuwe toevoegingen  ,

want iedere toevoeging is een innovatie en iedere innovatie is een dwaling

en iedere dwaling leidt naar het hellevuur’.’

(Overgeleverd door Aboe Dawoed en Tirmidie,

die gezegd heeft dat het een goede en betrouwbare hadieth is).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

29. Wat een persoon het paradijs doet binnentreden.

Mo’adz ibn Diabal heeft gezegd:  ‘Ik zei: ‘O, boodschapper van Allah!

Noem me eens een handeling waardoor ik in de hemel terecht zal komen en

die me weg zal houden van het vuur van de Hel’.

Hij  zei: ‘Je hebt me iets belangrijks gevraagd en toch is het zo dat het voor iedereen een eenvoudig te realiseren zaak kan zijn als Allah het je maar

gemakkelijk maakt. Je moet Allah aanbidden en niemand en niets anders

dan Hem. Je moet de gebeden verrichten. Je moet de zakat  betalen.

Je moet in de maand Ramadan vasten en je moet de bedevaart naar het Huis

maken.Toen zei hij : ‘Zal ik je de deuren naar het goede eens laten zien?

Vasten is een schild. Liefdadigheid blust de zonden, zoals vuur door water

wordt uitgedoofd. En dan is er iemands gebed in het holst van de nacht’.

Hierna reciteerde hij  dit : ‘Zij mijden hun bed en roepen hun Heer vol vrees

en hoop aan. En zij geven weg wat Wij aan hen gegeven hebben.

Niemand weet welke vreugde voor hun ogen verborgen is als beloning voor

wat zij hebben gedaan’.

Vervolgens zei hij : ‘Zal ik je over de hoofdzaak, de steunpilaar en het

hoogtepunt van dit alles vertellen?’

Ik zei: ‘Ja, graag, o boodschapper van Allah’.

Hij  zei: ‘De hoofdzaak is de Islam, de steunpilaar is het gebed en het

hoogtepunt van alles is de djihaad’ .Verder zei hij : ‘Zal ik je vertellen hoe je dit alles kunt beheersen?’

Ik zei: ‘O ja, boodschapper van Allah’, en toen pakte hij  zij zijn tong beet en zei: ‘Beheers dit!’

Ik zei: ‘O, profeet van Allah, zullen we beoordeeld worden in verband met

wat we zeggen?’Hij  zei: ‘Had je moeder je maar verloren Mo’adz!

Waardoor zouden de mensen anders in het hellevuur tuimelen als het niet

de oogst was van wat ze met hun tongen hebben gezaaid’?

(Overgeleverd door Tirmidhie,

die gezegd heeft dat het een goede en betrouwbare hadieth is).

 

 

 

 

 

 

 

30. De rechten van Allah (swt).

Volgens Aboe Sa’laba al Chosjani Djorsoem ibn Nasjir heeft de Boodschapper

van Allah   gezegd:

‘Allah, de Verhevene, heeft religieuze plichten vastgesteld;

die mogen jullie dus niet achterwege laten. Hij heeft grenzen bepaald;

die mogen jullie dus niet overschrijden. Hij heeft bepaalde dingen verboden;

die mogen jullie dus niet doen. Over bepaalde zaken heeft Hij gezwegen –

dit was uit mededogen met jullie en niet uit vergeetachtigheid –

die mogen jullie dus niet zoeken’. (

Een goede hadieth, overgeleverd door ad-Daraqotni en anderen.)

 

31. Het ware ascetisme:

Aboe al-’Abbas Sahl ibn Sa’d as-Sa idi heeft gezegd:

‘Een man kwam naar de Profeet   zei:

‘O, Boodschapper van Allah, wijs mij een daad die, wanneer ik haar verricht, mij bij Allah en de mensen geliefd zal maken’.

Hij  zei: ‘Doe afstand van de wereld en Allah zal van je houden en wanneer je jezelf ontzegt wat de mensen bezitten, dan zullen de mensen van je houden’.

(Een goede hadieth overgeleverd door Ibn Madja en anderen

met goede ketenen van overleveraars.)

 

32. Het verbod op het doen van kwaad

Aboe Sa’ied Sa’d ibnoe Maalik ibnoe Sinaan al-Khoedrie overlevert dat

de Boodschapper van Allah  heeft gezegd:

“Doe geen kwaad (zonder opzet) en doe geen kwaad (met opzet).”                                                                                                                                         (Ibn Maadjah)

 

33. Bewijs en eedaflegging.

Volgens de zoon van Abbas heeft de Boodschapper van Allah   gezegd:

‘Als men de mensen alles zou geven, waar ze beweren recht op te hebben dan zouden ze de bezittingen en het bloed van anderen opeisen.

De aanklager moet echter het bewijs leveren en degene die ontkent, moet een eed afleggen’.

(Een goede hadieth , door al-Bayhaqi en anderen in deze vormovergeleverd;

een gedeelte ervan komt in de ‘Sahih’ van Al-Boecharie en de ‘Sahih’ van Moeslim voor.)

34. Het verbieden van het slechte is van het geloof.

Aboe Sa’id al-Chodri heeft gezegd:

‘Ik hoorde de Boodschapper van Allah  zeggen:

 ‘Wie van jullie iets ziet wat niet toegestaan is, moet het met zijn hand

veranderen. En als hij daartoe niet in staat is, dan met zijn tong.

En als hij daartoe niet in staat is, dan met zijn hart .

Dit laatste is echter de zwakste vorm van geloof’.

(Overgeleverd door Moeslim.)

 

35. De Islamitische Broederschap.

Aboe Hoerairah heeft gezegd: De Boodschapper van Allah  heeft gezegd: 

‘Benijdt elkaar niet. Biedt geen hogere prijs dan een ander. Haat elkaar niet.

Wend je niet van elkaar af . Biedt geen lagere prijs  dan een ander; maar,

O dienaren van Allah, weest broeders! De ene moslims is de broeder van de

andere moslim. Hij behandelt hem niet onrechtvaardig en laat hem niet in de steek.

Hij liegt hem niet voor en veracht de ander niet. Hier – en hij wees drie maal naar z’n borst – bevindt zich taqwa. Het is erg genoeg als iemand zijn

moslimbroeder veracht. Het bloed, de bezittingen en de eer van een moslim

zijn onaantastbaar voor een andere moslim’.

(Overgeleverd door Moeslim)

 

36. Het voorzien in de behoefte van je broeder

Aboe Hoerayrah overlevert dat de Profeet  zei:

“Wie één van de moeilijkheden van de gelovige verhelpt, Allah zal één van

zijn moeilijkheden verhelpen op de Dag der Opstanding. En Wie een ongemak (van een ander) vergemakkelijkt, Allah zal in dit wereldse leven en in het Hiernamaals zijn ongemak vergemakkelijken. En wie (de (fouten van) een moslim bedekt, Allah zal in dit wereldse leven en in het Hiernamaals zijn (fouten) bedekken. En Allah blijft de dienaar helpen zolang als hij zijn broeder helpt. En wie een pad bewandelt zoekende naar kennis, Allah zal voor hem hiermee een pad naar het Paradijs vergemakkelijken. En er is geen groep mensen die zich in één van de huizen van Allah verzamelt om het Boek van Allah te reciteren en onderling te bestuderen, of Hij doet innerlijke rust op hen neerdalen, en genade zal hen bedekken en de Engelen zullen zich om hen scharen en Allah zal

hen gedenken bij degenen die bij Hem zijn. En wie vertraagd wordt door zijn daden, zijn goede familienaam zal dit niet kunnen versnellen.”

(Overgeleverd door Moeslim met deze bewoordingen)

37. Het vermeerderen van de beloning

Ibn ‘Abbas overlevert dat de Boodschapper van Allah  overlevert dat zijn

Heer (Gezegend en Verheven zij Hij) zei:

“Voorwaar, Allah heeft het goede en het slechte vastgesteld, en het daarna

(voor ons) duidelijk gemaakt. Wie zich dan voorneemt om een goede daad te verrichten en deze vervolgens niet verricht, Allah -Gezegend en Verheven is Hij- telt dat als een volledig (verrichtte) goede daad voor hem.

En als hij het zich voorneemt en het vervolgens ook verricht dan telt Allah

voor hem het tien tot zevenhonderdvoudige (aan goede daden) of zelfs vele

malen meer. Als hij zich voorneemt om een zonde te plegen en deze

vervolgens niet pleegt, dan telt Allah dit als een volledige (verrichtte)

goede daad, en als hij het (de zonde) zich voorneemt en ook uitvoert dan

telt Allah het (slechts) als één zonde.”    

(al-Boechari en Moeslim)

 

38. De gunst van optionele daden van aanbidding

Aboe Hoerayrah overlevert dat de Boodschapper van Allah  zei:

“Waarlijk Allah, de Verhevene, zei:

,,Wie een Waliy (geliefde, helper) van Mij als vijand neemt, dan verklaar ik

hem voorzeker de oorlog. En er is niets waarmee Mijn dienaar dichter bij Mij kan komen dan door (het verrichten van) datgene wat Ik hem heb opgelegd. En Mijn dienaar blijft steeds dichter bij Mij komen door (het verrichten van) optionele daden van aanbidding, totdat Ik hem liefheb. Wanneer Ik hem liefheb, dan zal Ik zijn gehoor zijn waarmee hij hoort en zijn zicht waarmee hij ziet en zijn hand waarmee hij toeslaat en de voet waarmee hij loopt. En als hij Mij wat vraagt, dan zal Ik hem (dit) zeker geven. En als hij toevlucht tot Mij zoekt, dan zal Ik hem (dit) geven.”                                                                                                                                         (al-Boechari)

 

39. Vergeetachtigheid & vergissingen worden niet geteld

Ibn ‘Abbas overlevert dat de Boodschapper van Allah  zei:

“Waarlijk, Allah neemt mijn gemeenschap de vergissing,

de vergeetachtigheid en datgene waartoe zij gedwongen worden, niet kwalijk.”    

 

 

 

40. Ascétisme in de Islam

Ibn ‘Omar overlevert: “De Boodschapper van Allah greep mij bij de schouder waarop hij zei:

,,Wees in de wereld als een vreemde of een reiziger.”

Ibn ‘Omar plachtte in verband hiermee het volgende te zeggen:

“Als je de avond haalt, verwacht dan niet de ochtend te halen en als je de

ochtend haalt, verwacht dan niet de avond te halen.

Als je gezond bent, maak hier dan gebruik van voordat je ziek wordt

(en je niet in meer in staat bent goede daden te verrichten) en zolang je nog leeft, moet je je op de dood voorbereiden.”                                         

(al-Boechari)

 

41. Het volgen van de Profeet  

Aboe Mohammed ‘Abdullah ibnoe ‘Omar ibnoel ‘Aas overlevert:

“De Boodschapper van Allah  zei:

“Niemand van jullie gelooft werkelijk, totdat zijn begeerte in

overeenstemming is met datgene waarmee ik ben gekomen.”

(Authentieke overlevering die wij overgeleverd hebben van het boek

‘al-Hoeddjah’[1] met een authentieke keten)

 

42. De uitgestrektheid van de Vergeving van Allah

Anas overlevert: “Ik hoorde de Boodschapper van Allah  zeggen:

,,Allah, de Verhevene, zegt: “O zoon van Aadam, waarlijk, zolang jij Mij

aanroept en op Mij hoopt, dan zal Ik jou vergeven, wat je ook maar hebt

gedaan, zonder hier naar om te kijken.

O zoon van Aadam, al zouden je zonden tot aan de hemel reiken,

waarna jij Mij om vergeving vraagt, dan zal Ik je vergeven.

O zoon van Aadam, al zou je tot Mij komen met zoveel zonden dat deze

de aarde kunnen vullen en Mij dan treft, zonder dat jij iets als deelgenoot

aan Mij hebt toegekend, dan zal Ik tot jou komen met een gelijke omvang

hieraan aan vergeving.”

(Overgeleverd door at-Tirmidhi, die zei dat het een goede,

authentieke overlevering is)

 

 

 

 

 

 

 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.